Vrijdag 21 augustus
|
Ayr - Campbeltown
|
268 Km
|
Vandaag komt Nathalie me vervoegen. Ruim op tijd rij ik naar Prestwyck
waar ze met Ryan-air zal landen.Het is een prachtige dag. De zon
komt door het wolkendek priemen en verdrijft langzaam maar zeker
de wolken. In de luchthaven ontmoet ik een andere Panrijder uit
België. Hij komt zijn vrouw afhalen. Is zelf met de boot naar
Hull gevaren en toert al een weekje in Schotland rond.
Wanneer Nathalie eindelijk uit de Gate komt is het weerzien hartelijk.
We haasten ons naar de moto en rijden via de grote baan naar Ardrossan.
Vermoedelijk zijn deze eerste kilometers samen ook deze aan de hoogste
snelheid, want als ls we de boot niet halen moeten we bijna twee
uren wachten op de volgende. Even wordt er dus constant rechts gereden...
Maar we halen hem en even later varen we richting Arran. Een klein
eiland waar we het kasteel uit "Kuifje en de Zwarte rotsen"
zullen kunnen zien. De bende van Wim is op dezelfde ontdekkingstocht
gegaan en het idee om de beelden van op TV in het echt te zullen
zien is wel bijzonder.
Op de boot vertel ik van mijn bezorgdheid over de voorband. Deze slijt
veel vlugger dan verwacht en ik vrees dat we er het verlof niet
mee uit kunnen rijden. We zullen een oplossing moeten bedenken.
Het is maar een klein uurtje varen en we zien het eiland snel dichtbij
komen. Als laatste rijden we van de boot en beginnen we aan de rondrit.
Allebei zijn we stil bij het zien van de mooie kustlijn. De weg
volgt bijna continu de kustlijn dus kunnen we lang genieten van
de geur van jodium, en van turf. In de verte zien we een eiland
met bijzondere vorm liggen. De Trotter leert me dat het een eiland
is waar in het voorjaar vooral Papegaaiduikers hun eieren komen
uitbroeden. Zij noemen het een drijvende hooimijt en die naam is
inderdaad niet slecht gekozen.
 |
 |
Als we het eiland bijna rond zijn zien we Lochranza-castle. Een
beetje een tegenvaller, maar we zijn dan ook geen kasteel-liefhebbers.
De vergelijking met het Kuifje-kasteel is ver te zoeken. Nog voor
we de volgende ferry nemen krijgen we nog een flinke bui die ons
verplicht het regenpak aan te trekken. Voor eventjes, want daarna
schijnt de zon alweer. Zo hebben we dus wel gezien waar een regenboog
vertrekt.

Als we op de boot naar Claonaig zitten begint het opnieuw te regenen.
Dit zal niet meer veranderen voor de rest van de dag. Gelukkig moeten
we niet ver meer. Tenminste, dat denken we.
In Tarbert vinden we geen enkel adres waar nog iets vrij is.
De eerstvolgende grotere stad is Campbeltown, bijna 40 Km verder.
Niets aan te doen. Het is een rit in regen en zware windstoten,
maar met hele mooie beelden van een ruwe zee. Net voor Campbeltown
zien we reclame voor het muziekweekend dat plaatsvindt. Ook
dat nog.
Om 8 uur vinden we eindelijk een kamer in een lelijk oud en groot
hotel. En dat voor 75 £. Bij het parkeren op de achterplaats
merk ik de Belgische Pan op. De eigenaars zien we niet meer.
Nog net op tijd zijn we in het restaurant om te bestellen. Even later
sluit de keuken. Het eten is niet denderend, maar we hebben honger. |
 |
|