Als we 's morgens aan de ontbijttafel zitten krijgen we één
van de best verzorgde Breakfasts van ons verlof. Mrs. Mc Quade zou
zich dubbel plooien om het ons naar onze zin te maken. Dit is nog
eens gastvrijheid.
Eerst rijden we naar een bandencentrale om te kijken of ze ons
kunnen helpen met onze voorband. Heel vriendelijk worden we duidelijk
gemaakt dat we in Oban niet geholpen kunnen worden en dat we ons
geluk beter in Inverness zouden proberen. Even opmerken dat we vandaag
zondag zijn en dat er gewoon gewerkt wordt. Dit is trouwens iets
dat ons opvalt. Op zondag zijn de meeste winkels open en 's avonds
kan je bijna overal tot 21 uur terecht om aankopen te doen.
Met dit scenario hadden we rekening gehouden. De routes worden dus volledig
omgegooid. We zullen via Loch Ness naar Inverness rijden en daar de volgende
dag op zoek gaan naar een moto-dealer. De westkust zullen we dan rijden
van noord naar zuid.
We zijn nog maar net vertrokken als we via een speciale brugconstructie
moeten. De cantilever-techniek wordt vaker gebruikt om bruggen te bouwen
in Schotland. Onder de brug zijn enkele kajakkers aan het spelen in de
stroming.

We maken een ommetje naar Port-Apin.
Volgens de Trotter zou dit een heel erg mooi plaatsje zijn aan
een doodlopende weg. En dat is het inderdaad. Het restaurant
dat ook in de Michelingids vermeld wordt, is prachtig gelegen.
Een blik op de menukaart doet ons watertanden, maar het ontbijt
van deze morgen is nog bijlange na niet vergeten en dus rijden
we maar verder. |
 |
 |
Als we in de buurt van Fort William zijn wil ik absoluut "Neptune's
Staircase" zien. Deze sluizenconstructie was nodig om het Caledonian
Canal mogelijk te maken. De 8 opeenvolgende sluizen laten de boten
19,5 meter stijgen over een lengte van 457 meter. Er is niets te
beleven. We zien geen enkel schip versast worden (omdat het zondag
is??). Een beetje een tegenvaller vinden we. In de verte zien we
de Ben Nevis, maar dan wel in wolken gehuld.

|
Onderweg krijgen we nog het Commando Memorial te zien. Dit heel
erg mooie beeld is opgericht ter ere van de eerste commando's die
hier werden opgeleid om speciale missies uit te voeren. Het gebied
is ruw en alweer indrukwekkend en ik probeer me voor te stellen
hoe die mannen hier moeten afgezien hebben alvorens hun groene baret
te mogen ontvangen.

|
|
|
Om verder naar Inverness te rijden zouden we langs het Loch
Ness kunnen rijden. Omdat we niet geloven een glimp van Nessie
te zullen opvangen en eerder schrik hebben voor de vele toeristen
kiezen we een alternatieve route. De B851 en B862 leiden ons
over een bergkam parallel met het meer. Als we helemaal boven
stoppen om foto's te nemen, durf ik de moto bijna niet op
de staander achter te laten. Zo hard waait het er. We blijven
er dan ook niet langer dan nodig.
Ondanks de zware bewolking hebben we de ganse dag nog geen druppel
gevoeld. Integendeel, af en toe komt de zon ons zelfs aangenaam
verwarmen. Een heerlijke dag om op de moto te zitten.
|
|
In Foyers zien we bordjes staan die
ons wijzen op een waterval. Het is vlak naast de weg dat we
een wandelpad naar beneden volgen. Eigenlijk geen pad, maar
een trap. Ik zie een hijgende en puffende man naar boven komen
en vrees al het ergste. Maar Nathalie heeft goed gekeken en
het is maar 300 meter lopen. Ik denk na een tijdje dat het Engelse
meter zullen zijn zoals er Engelse pinten bestaan. De waterval
zelf stelt niet echt veel voor, maar na onze Noorwegenreis van
vorig jaar denken we niet nog onder de indruk van een waterval
te geraken. Na de gebruikelijke foto's wandelen, we terug naar
boven. De helm en het zware motopak zijn al snel een grote last
en ik begin op de puffende man van daarstraks te lijken.
Goed opgewarmd kunnen we verder rijden. |
 |
In Inverness zijn ze onderbemand op het infokantoor... zeggen
ze. Wij staan er nochtans als enige toeristen en er zitten
drie bedienden. Het enige dat we er krijgen is een plannetje
van de stad en drie omcirkelde gebieden waarbinnen we het
best zelf op zoek gaan naar een B&B. Gelukkig vinden we
onmiddellijk een mooie kamer in een volledig gerenoveerd huis.
En vlak bij het centrum.
Daar vinden we een restaurant waar we ongelooflijk lekker eten.
De 70 £ die het kost is het meer dan waard. In België
zouden we met 100 € niet toekomen om zo te tafelen. Wie er
ooit in de buurt is kunnen we de "The Mustardseed" in
Fraser Street alleen maar aanraden. Het restaurant zit trouwens
vol met vooral Spaanse en Franse gasten. Ik denk dat de Michelinvermelding
hier voor iets tussen zit.
|
|